Hoe introduceer je wereldburgerschap bij jonge kinderen in de kinderopvang?

“Wat heeft zij op haar hoofd?”
“Waarom praat hij anders?”
“Hij is niet zoals ik.”
Ben je pedagogisch medewerker op het kinderdagverblijf, in de voorschoolse educatie of op de buitenschoolse opvang en herken je deze uitspraken? Jonge kinderen zien verschillen, vaak al eerder dan wij denken. Niet met een oordeel, maar vanuit nieuwsgierigheid. En juist die kleine momenten kun je omzetten in betekenisvolle leermomenten over het omgaan met verschillen. Precies waar het bij wereldburgerschap over gaat. Inclusiviteit en wereldburgerschap in de kinderopvang krijgt vorm in die kleine momenten, waarin pedagogisch professionals reageren op wat kinderen zien, zeggen en ervaren.
0 tot 3 jaar: nieuwsgierigheid zonder oordeel
Op het kinderdagverblijf reageren kinderen vooral op wat ze zien en ervaren. Ze zeggen dingen als:
- “Hij is anders”
- “Wat is dat?”
Er zit nog geen oordeel achter. Kinderen ontdekken de wereld via hun zintuigen en taal die nog in ontwikkeling is.
Wat betekent dit voor de praktijk?
In deze fase draait het om:
- benoemen wat er is, zonder lading
- veiligheid en herkenning bieden
- verschillen zichtbaar laten zijn als onderdeel van de wereld
Het gaat niet om uitleggen, maar om aanwezig zijn bij wat er gebeurt.
Voorbeelden
- Een peuter wijst naar een kind met krullen:
“Zijn haar is gek.”
Pedagogisch professional: “Hij heeft krullen. Dat hebben sommige mensen.” - Een kind kijkt naar een broodtrommel:
“Dat eet ik niet.”
Pedagogisch professional: “Iedereen eet andere dingen. Wat eet jij graag?” - Een kind wil niet naast een ander zitten:
“Ik wil niet naast hem.”
Pedagogisch professional “Je zit vandaag hier. We spelen samen.”
“In deze fase gebeurt al veel meer dan we soms doorhebben. Juist in die kleine reacties leg je als professional de basis voor hoe kinderen naar verschillen leren kijken.”
3–4 jaar: betekenis geven aan verschillen
Als kinderen tussen de 3 en 4 jaar oud zijn verandert er iets. Kinderen gaan vergelijken en betekenis geven. Je hoort bijvoorbeeld:
- “Hij praat anders dan ik”
- “Dat is raar”
Dit is vaak het begin van wij-zij denken. Niet omdat kinderen willen uitsluiten, maar omdat ze de wereld proberen te begrijpen.
Wat betekent dit voor de praktijk?
Hier ontstaat ruimte om samen te onderzoeken:
- wat kinderen zien
- welke woorden ze gebruiken
- welke betekenis ze daaraan geven
Niet om het meteen te corrigeren, maar om erbij stil te staan.
Voorbeelden
- Een kind zegt:
“Hij praat raar.”
Pedagogisch professional: “Wat hoor je dan? Hij spreekt misschien een andere taal.” - Tijdens spelen:
“Zij doet het verkeerd.”
Pedagogisch professional: “Of doet zij het op een andere manier?” - Bij verkleden:
“Dat is voor meisjes!”
Pedagogisch professional: “Iedereen mag kiezen wat hij of zij leuk vindt.”
“Wanneer kinderen verschillen gaan benoemen, ontstaat er ruimte om samen betekenis te geven. Hoe je daar als professional op reageert, maakt daarin echt het verschil.”
4–6 jaar: eerste oordelen en groepsdynamiek
Bij kinderen op de bso in de leefstijl van 4 tot 6 jaar, zie je dat kinderen zich sterker gaan uitspreken. Denk aan uitspraken als:
- “Dat hoort niet”
- “Zij is anders, dus ik speel niet mee”
Hier ontstaan de eerste oordelen en groepsvorming. Kinderen nemen steeds meer over uit hun omgeving.
Wat betekent dit voor de praktijk?
Situaties worden complexer, Je krijgt als pedagogisch medewerker te maken met:
- uitsluiten
- groepsvorming
- sterke meningen
Juist hier ontstaan momenten om samen stil te staan bij wat er gebeurtn ijn plaats van door te gaan het onderwerp te vermijden.
Voorbeelden
- Een kind sluit een ander uit:
“Hij mag niet meedoen.”
Pedagogisch professional: “Wat maakt dat je dat zegt? Hoe zou dat voor hem zijn?” - Tijdens een gesprek:
“Dat is raar, dat doen wij niet.”
Pedagogisch professional: “Wie bedoel je met ‘wij’? Doen andere mensen het misschien anders?” - In een conflict:
“Hij doet altijd stom.”
Pedagogisch professional:“Wat gebeurde er precies?”
“Als kinderen sterker gaan oordelen, worden gesprekken belangrijker. Dat zijn precies de momenten waarin je als professional kunt bijdragen aan begrip en verbinding.”
Kleine momenten, grote invloed
Of je nu werkt op het kinderdagverblijf, in de voorschoolse educatie of op de buitenschoolse opvang: wereldburgerschap ontstaat niet in een ‘les’, maar in de kleine momenten in de dagelijkse praktijk. Denk aan:
- een opmerking tijdens het spelen
- een vraag aan tafel
- een conflict tussen kinderen
- een boek dat je voorleest
Wat begint als nieuwsgierigheid, kan met aandacht en begeleiding uitgroeien tot begrip en respect.
Wereldburgerschap: altijd in ontwikkeling
Inclusiviteit en wereldburgerschap in de kinderopvang ontwikkelen zich met het kind mee. Van nieuwsgierigheid, naar betekenis geven, naar het vormen en juist uitstellen van eerste oordelen. In elke fase spelen kleine momenten een rol. Door daar bewust bij stil te staan, ontstaat ruimte voor kinderen om te leren omgaan met verschillen.
Wil je als pedagogisch professional meer handvatten om met deze situaties om te gaan? Beijk dan ook eens onze workshop Diversiteit op dagroep: cultuursensitieve opvang’:
- Workshop ‘Diversiteit op de groep: aan de slag met cultuursensitieve opvang’ voor kinderdagverblijven
- Workshop ‘Diversiteit op de groep: aan de slag met cultuursensitieve opvang’ voor voorschoolse educatie
- Workshop ‘Diversiteit op de groep: aan de slag met cultuursensitieve opvang’ voor buitenschoolse opvang