ChinaGlobaliseringInternationalisering

De Chinese staat in het Nederlandse klaslokaal?

By 2019-05-16 No Comments

Wereldwijd is er al geruime tijd de nodige kritiek te horen op zogeheten Confucius Instituten (CI’s), staatsgesponsorde centra ter verspreiding van de Chinese taal en cultuur. Sinds kort lijkt die kritiek ook in Nederland steeds sterker te klinken. Zo was er de documentaire van Medialogica en is het onderwerp ook steeds vaker te horen in discussieprogramma’s op diverse radiostations. De kritiek richt zich met name op de invloed die Confucius Instituten zouden uitoefenen op de wetenschap en het vak Chinees op middelbare scholen. Maar is deze kritiek wel terecht?

Het hoger onderwijs en de Confucius Instituten

Om bovenstaande vragen te beantwoorden moeten we eerst kijken naar wat de Confucius Instituten (CI’s) eigenlijk zijn. En dan blijkt gelijk: het zijn geen onafhankelijke instituten. Daar wordt door de instituten zelf ook helemaal niet geheimzinnig over gedaan. De CI’s zijn Chinese overheidsinstellingen die een positief beeld van China willen verspreiden. Eigenlijk een soort reclame voor China dus. Meerdere landen ter wereld hebben dit soort door de overheid gesponsorde centra ter verspreiding van taal en cultuur. Denk bijvoorbeeld aan de Alliance Francaise en de Goethe Instituten.

Een boost aan Azië-onderwijs

Op zich dus allemaal niets vreemds, ware het niet dat de Confucius Instituten zich specifiek en exclusief verbinden aan hogescholen en universiteiten. En dan met name aan onderwijsinstellingen die al een bepaalde connectie met China hebben, zoals een studierichting Chinese taal en cultuur. Voor veel onderwijsinstellingen is de vestiging van zo’n instituut heel interessant, want het kan een enorme boost geven aan het Azië-onderwijs. Het CI brengt namelijk geld en mogelijkheden mee. Beurzen voor studenten, lesmateriaal, de opening van een bibliotheek, goed geschoolde Chinese docenten die cursussen kunnen geven over Chinese taal, geschiedenis of handel. En dat allemaal zo’n beetje gratis. Heel aantrekkelijk dus, en geen wonder dat wereldwijd honderden universiteiten kozen dat te doen. Maar dat is ook gelijk waar de schoen knelt. Want wetenschap en ‘reclame’ gaan niet goed samen.

De grens tussen onafhankelijke wetenschap en staatsreclame

Door als universiteit onderdak te bieden aan een Confucius Instituut geef je een reclame-instituut van de Chinese staat een bepaalde academische erkenning. Deze erkenning levert de gast-universiteit en haar studenten allerlei voordelen op, maar tegelijkertijd vervagen zo ook bepaalde grenzen. Grenzen tussen onafhankelijke wetenschap en staatsreclame. Veel universiteiten gaan hier op een goede manier mee om. Ze erkennen dat er vanuit het Confucius Instituut waardevolle steun voor hun China-studies is, maar zijn zich tevens bewust van het feit dat er een CI in feite een reclamecentrum is met alle daarbij behorende beperkingen. En er is beleid opgesteld over waar het CI binnen de opleidingen wel en niet bij betrokken wordt.

Beleid alleen is niet genoeg: het gaat om uitvoering

Maar het beleid moet wél actief bewaakt en uitgevoerd worden. En juist daar gaat het in de praktijk wel eens mis. Alle goede bedoelingen ten spijt; in veel gevallen is gebleken dat in de loop der jaren het beleid niet goed wordt opgevolgd. Om heel logische redenen. Een docent een paar weken ziek thuis? Het CI regelt een vervanger. Een thema-avond maar nog geen spreker gevonden? Het CI regelt een lezing. En langzaam maar zeker begonnen bepaalde grenzen –ondanks alles- dan toch te vervagen. Het was  een kwestie van tijd tot hier kritiek op kwam.

Aanhoudende kritiek

Op internet is er genoeg te vinden over de aanhoudende kritiek op de Confucius Instituten en de sluiting van een aanzienlijk aantal instituten in Noord-Amerika en Europa. Op de details ga ik hier niet verder in, maar samengevat zijn er wereldwijd enkele tientallen universiteiten die in het kader van ‘voortschrijdend inzicht’ en ‘nieuwe kwaliteitseisen aan hun China-programma’s’ hebben gekozen niet langer onderdak te bieden aan een CI. Onze eigen Universiteit Leiden is daarvan het recentste voorbeeld. Na 12 jaar stoppen zij hun verbintenis met CI en sluit de Leidse vestiging per augustus 2019.

Goed beleid en een kritische blik

Horen Confucius Instituten dan per definitie niet thuis in de academische wereld? Wel, dat ligt eraan hoe je met zo’n instituut omgaat. CI’s kunnen wel degelijk een nuttige bijdrage leveren aan China-programma’s van hogescholen en universiteiten, zowel financieel als qua kennis. Alles valt en staat met hoe de gast-onderwijsinstellingen ermee om gaat. Niet alleen in de eerste instantie, maar jaar na jaar na jaar. Goed beleid en –nog belangrijker- aanhoudende bewaking van dat beleid en een continue kritische blik zijn nodig om te zorgen dat alle grenzen zuiver blijven. Alleen in dat geval is er sprake toegevoegde waarde en kan een CI zelfs bijdragen aan een kwaliteitsslag binnen de China-opleidingen van een onderwijsinstelling.

Confucius Instituten en de link met het voortgezet onderwijs

Maar hier houdt het verhaal niet op. Want CI’s verbinden zich niet alleen aan hogere onderwijsinstellingen. Door middel van het openen van Confucius Classrooms en Teaching Points verbinden ze zich ook aan middelbare scholen en ondersteunen ze het schoolvak Chinees met geld en lesmateriaal. Ook hierop is steeds meer en steeds scherpere kritiek. Wordt er bij middelbare scholen wel goed genoeg nagedacht over beïnvloeding van het vak Chinees? En is het wel slim om middelbare scholieren –een makkelijk beïnvloedbare leeftijdsgroep- te laten werken met door het CI aangeboden lesmateriaal? Daarover schrijf ik volgende week, in een volgend blog, meer.

Dit blog is eerder verschenen op het China Crowdblog www.china2025.nl. 

Op vrijdag 14 juni organiseren we een themadag rondom ‘Internationaliseringspijn’. Een belangrijk discussie-onderwerp die dag is de zorg over de invloed van de Chinese staat op het Nederlandse onderwijs. Klik hier voor meer informatie en aanmelding.